Paradoxale Rijnsburggroep
Na de eerste vergaderweek van de generale synode van de CGK ontvingen de kerkenraden daags erna een brief van het moderamen waarin het de kerkenraden uitnodigt om een inbreng te geven voor de tweede vergaderweek inzake onderling vertrouwen, ecclesiologie, hermeneutiek en afwijken van synodale besluiten. Het blijkt een uitnodiging te zijn die aan alle CGK kerkenraden is gedaan.[1] Helaas bleek al spoedig dat de Rijnsburggroep daarop negatief reageerde door de kerken, die ook participeren in het kerkverband van de Rijnsburggroep, af te raden om de handreiking te aanvaarden.[2] In plaats van het zoeken van de vrede, lijkt er daardoor eerder sprake van escalatie. Dat is teleurstellend en onnodig, maar ook onterecht.
Synodale bevoegdheid
Helaas bevat de brief van de Rijnsburggroep onjuistheden waarmee zij haar achterban in feite op het verkeerde been zet. Ten onrechte stelt ds. Fokkema dat ‘de vergadering van Hoogeveen alleen besluiten kan nemen voor de kerken die haar als bevoegde vergadering erkennen.’ De generale synode Hoogeveen is namelijk de breedste wettige vergadering van de CGK. Dat is niet omdat de generale synode van Hoogeveen dat vindt alsof het een willekeurige mening zou betreffen, maar omdat zij de breedste vergadering is. De afgevaardigden zijn ook via de mindere vergaderingen van classes en particuliere synoden naar deze vergadering afgevaardigd. Het is deze vergadering, die namens alle CGK-kerken bevoegd is om namens deze kerken besluiten te nemen, die de plaatselijke kerken voor vast en bondig houden, tenzij die besluiten in strijd zijn met Schrift, belijdenis en kerkorde. Naar gereformeerd kerkrecht is er dus geen sprake van dat besluiten van de kerkelijke vergaderingen pas voor plaatselijke kerken en hun gemeenteleden gelden indien en voor zover zij die betreffende vergadering erkennen. De meerdere vergaderingen als classes en generale synode zijn namelijk bij gemeenschappelijk akkoord ingesteld. Elke plaatselijke CGK heeft hiermee ingestemd. Daarom kan een plaatselijke CGK dan ook niet eenzijdig verklaren de kerkelijke vergadering niet te erkennen. Als een plaatselijke CGK niet gebonden wil zijn aan de bevoegdheid van de generale synode zal zij zich aan het kerkverband moeten onttrekken, ex artikel 37 lid 2 K.O.. Zolang dat niet gebeurt, is de bevoegdheid om voor alle kerken uitspraken te doen, na de instituering van de kerkelijke vergadering een gegeven.
Bindende besluiten
Want als de generale synode bijeenkomt, komt zij namens alle plaatselijke CGK bijeen en is zij bevoegd om namens alle kerken besluiten te nemen. Daarbij is het uitgangspunt ook steeds - noem het de hoofdregel - dat besluiten van de generale synode door de plaatselijke kerken worden aanvaard, tenzij. Die besluiten moeten uiteraard wel voldoen aan de daaraan door artikel 31 K.O. gestelde vereisten. Pas als die besluiten daaraan niet voldoen, hoeft een plaatselijke kerk, maar even zo goed een gewoon kerklid, die besluiten niet te aanvaarden door hen niet voor vast en bondig te houden. Uiteraard ligt het dan op de weg van die kerken of kerkleden om hun bezwaren kenbaar te maken in de weg van revisie en appèl. Dit betekent dan ook dat de brief onwaarheid vertelt als zij vermeldt dat de besluiten niet zouden gelden voor de kerken van de Rijnsburggroep. Het kan wel zijn dat zij, op grond van de tenzij-bepaling, bezwaren heeft tegen de door de generale synode genomen besluiten, maar daarvoor staat revisie open. Dan kunnen de kerken van de Rijnsburggroep revisie indienen bij de komende generale synode die dan, op grond van de ingebrachte bezwaren, haar besluit moet herbeoordelen of dat in stand kan blijven of herroepen zou moeten worden in het licht van de geuite bezwaren. Dus is het onjuist dat die besluiten niet zouden gelden voor kerken van de Rijnsburggroep. Dat wordt alleen anders als zij zich formeel onttrekt aan het kerkgenootschap, omdat dan de rechten en de plichten aan het kerkverband eindigen.
Rechtsgeldigheid
Merkwaardigerwijs wordt in de reactie van de Rijnsburggroep op de eerste vergaderweek van generale synode Hoogeveen gesteld dat ‘de uitgestoken hand van de Algemene Vergadering vooralsnog niet is aangenomen.’ De CGK kent geen ‘Algemene Vergadering'. De kerken hebben gemeenschappelijk afgesproken dat er slechts vier onderscheiden kerkelijke vergaderingen zijn: die van de kerkenraad, van de classis, van de particuliere synode en van de generale synode.[3] Er is dus geen vijfde vergadering, laat staan een Algemene Vergadering. De generale synode Hoogeveen vergadert op kerkelijke wijze. Alle kerken worden namelijk geacht vertegenwoordigd te zijn in de vergadering van de generale synode. Daarom is er geen plaats voor overleg met verschillende facties binnen de CGK. Uiteraard heeft de generale synode niet het mandaat van een commissie van de Rijnsburggroep genegeerd, want dat mandaat heeft geen kerkrechtelijke status. Binnen de kerkorde van de CGK worden de plaatselijke kerken in meerdere vergaderingen vertegenwoordigd door daartoe gekozen afgevaardigden, op de wijze zoals de kerkorde die voorschrijft. In de classis zijn alle kerken uit het classicaal ressort vertegenwoordigd, in de particuliere synode zijn de classes vertegenwoordigd die tot het ressort van de particuliere synode behoren, terwijl in de generale synode alle particuliere synoden vertegenwoordigd zijn. Binnen deze structuur zijn daarmee alle kerken vertegenwoordigd. Een groep van kerken die zich verenigt binnen het kerkverband of daarbuiten kan een mandaat geven aan een commissie uit haar midden, maar dat mandaat strekt uiteraard niet verder dan de groep zelf, terwijl dat mandaat geen kerkrechtelijke betekenis toekomt, simpelweg omdat de kerkorde een dergelijk mandaat niet kent. Dus dat er een commissie is die een mandaat zou hebben gekregen van de Rijnsburggroep komt geen enkele betekenis toe in de CGK. Dat zou anders zijn als de Rijnsburggroep zich onttrekt aan de CGK en als nieuw kerkgenootschap om correspondentie verzoekt aan de generale synode van de CGK. Zolang de Rijnsburggroep volhardt in haar standpunt dat zij tot de CGK behoort, is zij gebonden aan de kerkorde van de CGK en zal zij zich daaraan moeten conformeren en kan zij niets met een door haarzelf geconstrueerd mandaat binnen de CGK.
Misleidend advies
Daarom brengt ook het advies in de brief om als plaatselijke gemeente ‘slechts te verwijzen naar de commissie Vertegenwoordiging en Borging Verantwoordelijkheden' niet met zich mee dat die commissie daarmee als gesprekspartner van de generale synode kan worden aangemerkt. Door die verwijzing ontstaat er namelijk geen kerkordelijke grondslag om ineens met de commissie van de Rijnsburggroep te gaan praten, simpelweg omdat zij geen status heeft binnen de CGK, want zij is geen orgaan van de CGK. De plaatselijke kerken kunnen alleen vertegenwoordigd worden op de in de kerkorde voorgeschreven wijze, zijnde in een viertal vergaderingen en niet door middel van een officieus kerkverband en zijn vertegenwoordigers. Plaatselijke kerken zijn bovendien mans genoeg om zelfstandig gehoor te geven aan de uitnodiging van de generale synode; zij zijn zelfstandige kerken die een eigen verantwoordelijkheid hebben. Als kerken van de Rijnsburggroep gehoor geven aan dit verkeerde advies doen zij zichzelf en hun gemeenten tekort. Dan wordt hun geluid namelijk niet gehoord op de generale synode, terwijl het nu juist de bedoeling is om die wel te horen.
Innerlijke tegenspraak
Ook het advies in punt 9 van haar brief, aan de kerkenraden van de Rijnsburggroep om besluiten op voorhand niet voor 'vast en bondig' te houden en dit zelfs in een kerkenraadsbesluit vast te leggen, is opmerkelijk. Wat dit advies bijzonder maakt, is het achterliggende motief. Het advies is er namelijk op gericht om te voorkomen dat kerkenraden, conform artikel 31 K.O., aan deze besluiten gebonden zijn en bij bezwaren de verplichte weg van revisie en appèl moeten volgen. Daarmee blijkt uit het advies van de commissie dat de artikelen 30 en 31 K.O. dus ook volgens de Rijnsburggroep nog gewoon functioneren, zoals Professor Zondag en mr. De Hek in hun notitie destijds al schreven en ook op Vrije-Interpretatie meermalen met kracht van argument is betoogd.[4] Het kan niet allebei waar zijn; de Rijnsburggroep raakt hier verstrikt in haar eigen argumentatie. Enerzijds legitimeert zij haar eigen handelen door steevast te beweren dat de kerkelijke weg 'stuk' is en de artikelen 30 en 31 K.O. niet meer functioneren. Anderzijds adviseert zij kerken in deze brief om synodebesluiten preventief af te wijzen, juist om te voorkomen dat artikel 31 K.O. in werking treedt. Wie adviseert om de kerkorde te omzeilen, erkent daarmee dat deze nog gewoon werkt. De Rijnsburggroep bevestigt hiermee dus zelf haar ongelijk. Dat is extra reden voor kerken die zich hebben aangesloten bij, of voornemens zijn zich aan te sluiten bij de Rijnsburggroep, om op hun schreden terug te keren in de boezem van de CGK.
Financiële belangen
Het heeft er dan ook de schijn van dat de Rijnsburggroep in feite van twee walletjes wil eten. Enerzijds organiseert zij zich als een nieuw kerkgenootschap, blijkens de terminologie die zij gebruikt zoals bijvoorbeeld classis-in-opbouw, maar anderzijds weigert zij daaruit de consequentie te trekken dat zij daarom zich dient te onttrekken aan de CGK. Die laatste consequentie wil de Rijnsburggroep niet trekken, omdat dit vermogensrechtelijke gevolgen heeft. Bij onttrekking aan het kerkgenootschap verliezen de onttrekkende kerken ook hun rechten tegenover het kerkverband, de CGK. Daarvan is de Rijnsburggroep zich ook bewust, zoals bleek tijdens een gemeenteavond hierover bij de CGK Barendrecht. Daar kwam onder andere dit punt nadrukkelijk ter sprake. In die vergadering werd hierover - zonder enige terughoudendheid - uitgesproken dat er grote onduidelijkheid zou zijn over wie recht heeft op de miljoenen aan kerkelijke fondsen en dat dit, naar verwachting, tot een jarenlange juridische strijd zal leiden. Daarom heeft de Rijnsburggroep ook een speciale voorbereidingsgroep in het leven geroepen met advocaten om deze complexe financiële en eigendomskwesties te onderzoeken.[5]
Kerkordelijke onmogelijkheid
Voor zover de Rijnsburggroep zich op het standpunt stelt dat zij de CGK is of vertegenwoordigt, wordt dat uitdrukkelijk door de feiten weersproken. In dit verband is de notitie van professor mr. Zondag en mr. De Hek nog steeds relevant; zij hebben met kracht van argument uitgelegd dat het binnen de structuur van de kerkorde eenvoudigweg niet mogelijk is. Zij hebben met kracht van argument uitgelegd dat het in strijd is met de kerkorde wanneer gelijkgezinde plaatselijke gemeenten de CGK op eigen houtje opnieuw willen opbouwen, buiten de wettige classes en particuliere synoden om en met uitsluiting van andersdenkenden. Wie dit probeert te rechtvaardigen met een beroep op de bekende 'vierslag' zijnde Schrift, belijdenis, kerkorde en synodebesluiten, loopt direct vast. Het is immers juist diezelfde kerkorde die nadrukkelijk verbiedt dat plaatselijke kerken zich buiten de vastgestelde structuren om in nieuwe, eigen vergaderingen organiseren.’[6]. Dat wordt niet anders doordat de Rijnsburggroep zichzelf ook Christelijke Gereformeerde kerken noemt. Dat schept hooguit verwarring. Dit rechtvaardigt de conclusie dat als het niet om vermogensrechtelijke zaken zou gaan er geen reden zou zijn om binnen de structuur van de CGK een schaduw kerkverband te creëren. Dan zou de Rijnsburggroep zich kunnen onttrekken aan de CGK als kerkgenootschap en als nieuw kerkgenootschap verder kunnen gaan. Dat gebeurt echter niet.
Gemeen akkoord
Dat laatste is misschien wel hoopgevend, omdat zo lang de kerken van de Rijnsburggroep tot de CGK behoren, er ook mogelijkheden zijn om de vrede te zoeken en tot verzoening te komen. En daarom is het mooi dat de generale synode heeft besloten om alle plaatselijke kerken de gelegenheid te bieden om hun zienswijze te geven op de huidige situatie en op welke wijze zij voor zich zien dat de ontstane wanorde kan worden omgezet in vrede. Het is daarom teleurstellend dat vanuit de Rijnsburggroep er geen bereidheid bestaat om dit initiatief van de generale synode te omarmen. Dan komen de kerken zelf en rechtstreeks aan het woord zonder de filtering van vertegenwoordiging. In een serie artikelen in het Kerkblad van het Noorden heeft dr. Van ‘t Spijker in zijn laatste deel daarvan aandacht gevraagd voor de zienswijzen van zijn grootvader professor Hovius en zijn vader professor Van ‘t Spijker op kerkelijke besluitvorming overeenkomstig artikel 31 K.O.. Hij schrijft dat in het gereformeerde kerkrecht de besluitvorming op basis van een 'gemeen akkoord' essentieel is voor de geestelijke eenheid, omdat plaatselijke kerken volgens de kerkorde niet over elkaar mogen heersen. Van 't Spijker benadrukt dit door te verwijzen naar een fundamenteel beginsel van professor Hovius:
"wanneer in de besluitvorming een stemming ter synode wijst op een kleine meerderheid tegenover een grote minderheid en een dergelijk besluit als wettig genomen wordt erkend, dan is er geen sprake van een gemeen akkoord omdat een opdringen door een meerderheid aan een minderheid niet aan de orde mag zijn".[7]
Bovendien wijst Van ‘t Spijker op waardevolle aspecten uit het rapport ‘Zoek eerst het Koninkrijk’ die betrekking hebben op de verscheidenheid in de kerken die er zijn, en er ook mogen zijn. Daarmee geeft hij een aantal belangrijke invalshoeken die de moeite waard zijn om ter synode opnieuw het gesprek over te voeren. Die mogelijkheid wordt volop geboden door de generale synode Hoogeveen met een klemmende oproep aan alle CGK-kerken om hieraan bij te dragen, ook zij die zich tot de Rijnsburggroep rekenen. Wat is er mooier als de kerken de eenheid weten te bewaren die de Geest geeft door de band van de liefde, want onze God is geen God van wanorde, maar van vrede.
_______________
[1] Dijkstra, M. (2026, 5 oktober). Impressie eerste zittingsweek generale synode en uitnodiging. Christelijke Gereformeerde Kerken: CGK. https://cgk.nl/synode/impressie-eerste-zittingsweek-generale-synode-en-uitnodiging/;
[2] Brief reactie eerste vergaderweek Hoogeveen. (2026, 6 oktober). https://cgkblijven.nl. https://cgkblijven.nl/documenten/download/reactie-eerste-vergaderweek-hoogeveen;
[3] Artikel 29 K.O.
[4] zie o.a. https://vrije-interpretatie.nl/wettig-kerkverband;
[5] https://drive.google.com/file/d/1U5sWD2Q36b9hTYkG2h_tbJTQfBDnck2f/view?usp=sharing;
Een citaat: Nou, daar leven vele vragen over natuurlijk: hoe kan dat kerkrechtelijk georganiseerd worden? Het is de vrees dat je uiteindelijk als linker- en als rechterdeel van die Christelijke Gereformeerde Kerken voor de civiele rechter komt te staan. Want wie heeft er nou recht op al die deputaatschappen, met al die miljoenen aan geld, de emerituskas bijvoorbeeld, zendingskas? Nou, allerlei deputaatschappen, heel ons kerkelijk leven, dat ligt eigenlijk helemaal stil. En wie heeft nou recht om die kerken voort te zetten? Dus ik vrees dat dat zomaar niet opgelost zal worden, dat zal ook weer jaren gaan duren en dat zal allerlei strijd met zich meebrengen, heel de financiële kwestie enzovoorts. Nou, daar is een commissie, een groep, een voorbereidingsgroep die gaat zich daarover buigen met allerlei mensen, advocaten en zo. Er zijn advocaten, ook vanuit de vrijgemaakte kerk, die hebben gezegd van: uiteindelijk hebben wij, zoals we in Rijnsburg bijeengekomen zijn, de beste papieren, want wij hebben ons gewoon gehouden aan die vierslag: Schrift, belijdenis, kerkorde en synodebesluiten. Die anderen zijn daarvan afgeweken. Dus in dat opzicht, niet om onszelf rijk te gaan rekenen of onszelf veilig te wanen, maar mogen we wel op grond daarvan hopen en verwachten dat, al zou het voor de civiele rechter komen, dat het in ons voordeel zou kunnen uitpakken. Maar uiteindelijk is het ook een zaak van God zelf, dat de Heere ons zou leiden. Dus dat is de tweede voorbereidingsgroep, over kerkrecht, civiel recht enzovoorts.
[6] Christelijke Gereformeerde Kerken CGK. (2025f, september 18). Notitie juridische situatie CGK - Christelijke Gereformeerde Kerken: CGK. Christelijke Gereformeerde Kerken: CGK. https://cgk.nl/binnen-de-kerk/deputaatschappen/kerkorde-en-kerkrecht/notitie-juridische-situatie-cgk/;
[7] Van ’t Spijker, J. (2026, 9 oktober). We hebben elkaar nodig (3). https://www.kerkbladvoorhetnoorden.nl/index.php/5079-we-hebben-elkaar-nodig-3
Reactie toevoegen