Een weerlegging van de kritiek van Remmelzwaal en Egas wat betreft de situatie binnen de CGK. Een uiteenzetting over de onwettigheid van de hergroepering van de Rijnsburggroep bij gebrek aan het verlaten van de belijdenis door het kerkverband. Zonder fundamenteel leergeschil de kwalificatie van dit separatisme als 'principieel-confessioneel' ongerechtvaardigde scheurmakerij.
In zijn commentaar op de Vrije-Interpretatie ‘Vrome praatjes’ stelt Remmelzwaal dat er sprake zou zijn van een overduidelijke dubbele moraal en van stuitende hypocrisie, omdat de Rijnsburggroep geen gewetensvrijheid zou worden gegund. Hoewel het er op het eerste gezicht inderdaad op lijkt dat er met twee maten wordt gemeten, is dat niet het geval. Er is namelijk verschil in soortelijk gewicht; artikel 31 K.O. biedt de mogelijkheid om een kerkelijk besluit niet te aanvaarden. Als een besluit namelijk in strijd is met Schrift, belijden of de kerkorde, mag een dergelijk besluit eenvoudigweg niet voor vast en bondig worden gehouden. De afspraak tussen de kerken zoals verwoord in artikel 31 K.O. biedt dus de mogelijkheid om af te wijken van een synodebesluit. Die mogelijkheid bestaat niet voor het handelen van de Rijnsburggroep. Zij organiseert namelijk haar eigen structuur door landelijke vergaderingen te houden en classes in opbouw te organiseren. De kerkorde kent geen bepalingen of afspraken waarbij het kerken vrijstaat om naast de door partijen overeengekomen kerkelijke vergaderingen een eigen vergaderstructuur op te tuigen. Als dat toch gebeurt, vindt dat plaats buiten de structuur van de Christelijke Gereformeerde Kerken.
Kerkrechtelijke legitimatie
Daarmee is gegeven dat wat de Rijnsburggroep doet geen kerkrechtelijke legitimatie heeft in de kerkorde en daarmee niet kwalificeert als handelingen namens of van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Professor Zondag en mr. De Hek maken in hun notitie duidelijk dat de CGK niet buiten de bestaande structuren om opnieuw opgebouwd kan worden. De gedachte dat gelijkgezinde kerken dit ‘van onderaf’ kunnen doen, met uitsluiting van andere kerken, is in strijd met zowel de inhoud als de structuur van de Kerkorde.[1] En zolang een plaatselijke kerk tot het verband van de Christelijke Gereformeerde Kerken behoort, is zij gebonden aan de inhoud en de structuur van de kerkorde. De inhoud en structuur van de kerkorde veranderen niet door gewetensbezwaren, net zoals een kerkelijk besluit niet verandert door gewetensbezwaren. Het verschil is dat de kerkorde in artikel 31 K.O. de rechtsgeldigheid van besluiten bindt aan formele en materiële vereisten, terwijl de kerkorde die mogelijkheid niet biedt of kent voor een alternatieve structuur. Dat voor de Rijnsburggroep sprake kan zijn van gewetensbezwaren, omdat een aantal plaatselijke kerken de ambten hebben opengesteld, is begrip op te brengen. Toch rechtvaardigt dat niet het handelen in strijd met de kerkorde. Zoals Zondag en De Hek met kracht van argument hebben betoogd, volgt uit de Kerkorde dat kerkenraden van plaatselijke gemeenten niet de ruimte hebben om zich formeel buiten de bestaande classicale structuren om in alternatieve classes te organiseren. Dat impliceert dat plaatselijke kerken wel informeel onderling kunnen samenwerken, maar die samenwerking vormt, waar het de officiële structuur en besluitvorming van de CGK betreft, geen alternatief voor die structuur.[2]
Geen eisen
In ‘Vrome praatjes’ zijn ook geen eisen gesteld aan de Rijnsburggroep, maar is betoogd dat er geen gegronde redenen zijn voor de door haar te organiseren alternatieve kerkelijke structuur. Uitgangspunt is immers dat de toetreding van een plaatselijke kerk tot een kerkverband verplichtingen voor die plaatselijke kerk schept waaraan zij zich alleen kan onttrekken als er geen eenheid in belijden meer is. In dit verband stellen deputaten Kerkorde en Kerkrecht terecht:
“(...) je voegen bij de kerk van Christus, en je afzonderen van wat niet de kerk van Christus is, is geen vrijblijvende keuze. Art. 28 NGB zegt: ‘daarom handelen allen die zich van haar afzonderen of zich niet bij haar voegen in strijd met Gods verordening".
Het is tegen deze achtergrond dat in ‘Vrome praatjes’ is betoogd dat de CGK haar belijdenis niet heeft verlaten, zoals dat ten tijde van de Afscheiding voor de toenmalige Nederlandse Hervormde Kerk wel gold. In dat licht is de hergroepering van de Rijnsburggroep dan ook een ongeoorloofde manier om zich van het bestaande kerkverband af te scheiden. Door te verwijzen naar de Afscheiding brengt de Rijnsburggroep in feite tot uitdrukking dat kerken die niet tot de Rijnsburggroep behoren, niet langer tot de kerk, het lichaam van Christus, behoren. Daarmee maakt de Rijnsburggroep haar handelen principieel-confessioneel. En zet zij de kwestie op scherp; de CGK-kerken zijn kerken die tot het lichaam van Christus behoren of zij behoren er niet toe. Als de Rijnsburggroep vindt dat de CGK-kerken niet langer erkend kunnen worden als kerken die behoren tot het lichaam van Christus, betekent dit dat zij zich van haar moet afscheiden. Als zij daarentegen van oordeel zijn dat de CGK-kerken behoren tot het lichaam van Christus dan is er gebondenheid aan het bestaande CGK-kerkverband en is haar separatisme ongeoorloofd en daarom openlijke scheurmakerij. Er wordt dus niets van de Rijnsburggroep geëist, maar wel van haar verlangt om daarover duidelijkheid te geven. Daarbij is duidelijk gemaakt dat er op grond van de feiten geen argumenten zijn die steun geven aan de keuze van de Rijnsburggroep om zich te hergroeperen. En omdat er geen argumenten zijn, mag zij ook worden opgeroepen om zich dan te voegen naar de bestaande structuur van de CGK. En het voegen naar de bestaande structuur impliceert dat de Rijnsburggroep zich via de kerkelijke weg van classis en particuliere synode vervoegt op de generale synode te Hoogeveen. De conclusie vloeit niet voort uit de eis tot onderwerping aan het kerkverband, maar uit de vrijwillig aangegane verplichting zich te binden aan de geldende kerkorde van de Christelijke Gereformeerde Kerken.
Oproep uit liefde
De oproep komt voort uit liefde voor en bewogenheid met het CGK-kerkverband waar de Rijnsburggroep tot nog toe formeel onderdeel van uitmaakt. Zij wordt gedaan in het besef en de overtuiging dat, hoewel de plaatselijke CGK kerken vrijwillig met elkaar een wederkerige (samenwerkings)overeenkomst zijn aangegaan, die van Gods kant berust op een geestelijke verplichting eenheid te zoeken en te bewaren.[3] Het is de hartenwens van Jezus, die immers bad om onderlinge eenheid van allen die door de apostolische verkondiging in Hem geloven.[4] En daarmee bedoelt Jezus uiteraard niet de institutionele eenheid, maar een geestelijke eenheid, die onder meer wordt uitgedrukt in de eenheid van belijden. De institutionele eenheid kan wel een uitdrukking zijn van die geestelijke eenheid, omdat die institutionele eenheid kan bijdragen aan het begrip van de wereld dat Jezus de gezondene van de Vader is.[5] De eenheid van de kerk weerspiegelt de eenheid van God zelf.[6] In dat kader is het van belang te beseffen dat de Christelijke Gereformeerde Kerken met elkaar in verband getreden zijn, een kerkgenootschap vormen, op grond van een gemeenschappelijke belijdenis. Die gemeenschappelijke belijdenis is onder andere het resultaat van historische ontwikkelingen waardoor de kerk zich wereldwijd in verschillende landen op eigen manieren heeft gevormd waardoor organisatorische eenheid alleen haalbaar is tussen kerken die dezelfde geloofsbelijdenis delen.[7] De gereformeerde kerken hebben historisch de gebondenheid aan de gezamenlijke belijdenis als het enige echte onmisbare gezien voor hun kerkverband. Eenheid in kerkelijke vormen en tradities is weliswaar wenselijk, maar het is geen ramp als die ontbreekt.[8]
Van tweeën één
En om die reden is in ‘Vrome praatjes’ het wel scherp gesteld; het is van tweeën één: er is een gezamenlijke belijdenis dan is er kerkelijke eenheid of zij is er niet, maar dan ontbreekt de legitimatie om zich te organiseren in een kerkverband. Het kerkverband is ook geen doel op zichzelf, maar een functionele eenheid ten dienste van de Missio Dei. Dat wil zeggen dat plaatselijke kerken regionaal, provinciaal en landelijk samenwerken op grond van hun gemeenschappelijke belijdenis door het bewaren van de eenheid in de leer, het bieden van onderlinge hulp en bijstand, kaders voor tucht en verzoening en rechtsbescherming met als doel om alle volken tot leerlingen van Jezus te maken.[9] Daarbij valt niet te ontkennen dat de onderlinge verschillen in Schriftverstaan, traditie, maatschappelijke context het samenwerken tussen kerken kan bemoeilijken, maar die verschillen zijn geen reden om kerkelijke eenheid te vernauwen tot het zich voegen naar synodale besluiten. Kerkelijk eenheid is niet hetzelfde als kerkelijke uniformiteit. Door teveel te focussen op uniformiteit in de praktijk, verliezen kerken gemakkelijk het eigenlijke doel van het kerkverband uit het oog. Dat is schadelijk voor de voortgang van het Evangelie, zoals dat inmiddels ook merkbaar is binnen het kerkverband dat zich steeds meer focust op de onderlinge verschillen in plaats op haar gezamenlijke doel, de verkondiging van het Evangelie. En het gaat er ten diepste dan ook niet om of de kerken van het kerkverband Christelijk Gereformeerd zijn, maar of zij uitvoering geven aan de hun gegeven opdracht. Ter uitvoering van die opdracht is het voor de plaatselijke kerkelijke praktijk noodzakelijk dat alleen die regels worden aanvaard die de saamhorigheid, eenheid en de gehoorzaamheid aan God versterken of in stand houden.[10] Dat is geen concept voor independentisme, omdat elke plaatselijke kerk zelf zou mogen bepalen welke kerkelijke besluiten voor haar aanvaardbaar zijn. Nee, het is een opdracht aan alle kerken gezamenlijk om besluiten te nemen die draagvlak hebben, zo mogelijk met eenparigheid van stemmen, niet in strijd zijn met de Schrift, de belijdenis en de kerkorde; dus geen meerderheidsvisie als exclusief Schriftverstaan dwingend opleggen aan de kerken, maar ook geen handelen in strijd met de gemaakte afspraken in de kerkorde. Dat vraagt om verdraagzaamheid, geduld en bovenal liefde.
Onterecht verwijt
Het verwijt dat in ‘Vrome praatjes’ met twee maten zou worden gemeten, is dan ook onterecht. Er is namelijk verschil tussen een besluit niet voor vast en bondig houden op grond van de tenzij-bepaling of het in strijd handelen met de kerkorde door een parallel kerkverband te formeren. Het eerste is wellicht onwenselijk, maar het tweede is niet-legitiem. Beiden zouden niet nodig hoeven zijn als ernaar wordt gestreefd om met elkaar in vrede te leven. Dat kan door de focus te verleggen van waarin de kerken onderling verschillen naar Hem, die de vrede in Persoon is, Jezus Christus. Hij is de belichaming van de vrede waarin ademruimte is voor de Geest, die de liefde, de waarheid en de eenheid mogelijk maakt. Zonder Hem is er wanorde, die je de adem beneemt, omdat het de zuurstof van de Geest onttrekt en de eenheid, waarheid en liefde afknelt. Daarom moeten de kerken het kwade mijden, het goede doen en de vrede najagen.[11] Dat begint ermee dat alle kerken zich voegen in de bestaande orde van de kerk en de kerkelijke weg gaan. Wie dat doen, zullen ervaren dat vrede niet alleen een Persoon is, maar ook een bepaald klimaat is, dat gekenmerkt wordt door liefde, eenheid en waarheid, omdat ook die in de Persoon van de vrede zijn verenigd; het is de goddelijke harmonie van Vader, Zoon en Geest, die mensen, die één zijn met Christus, tot een nieuwe schepping maakt. Vredezoekende kerken behoren tot de orde van het Koninkrijk van de hemel, zijn vredestichters, die het Goede Nieuws verkondigen.[12] Het is om die reden dat de Rijnsburggroep de weg van de vrede zou moeten gaan, die loopt via de generale synode van Hoogeveen. Die route voorkomt wanorde en het bevordert de vrede, want onze God is geen God van wanorde, maar van vrede.
________________
[1] Christelijke Gereformeerde Kerken CGK. (2025d, september 18). Notitie juridische situatie CGK - Christelijke Gereformeerde Kerken: CGK. Christelijke Gereformeerde Kerken: CGK. https://cgk.nl/binnen-de-kerk/deputaatschappen/kerkorde-en-kerkrecht/no…
[2]Idem
[3] Greijdanus, S. (z.d.-c). SCHRIFTBEGINSELEN VAN KERKRECHT INZAKE MEERDERE VERGADERINGEN. UITGEVERIJ J. BOERSMA ENSCHEDE.
[4] Johannes 17:20-23
[5] idem
[6] Dienstenorganisatie Protestantse Kerk. (2020). Focus voor de Protestantse Kerk in Nederland op weg naar 2025.
[7] Bouwman, H. (1934) § 60. (z.d.-b). https://kerkrecht.nl/node/2676/;
[8] F.L. Rutgers, Het kerkverband, bl. 55.
[9] Mattheüs 28:19-20
[10] Artikel 32 NGB
[11] Psalms 34:15
[12] Mattheüs 5:9

De vlucht in de bureaucratie en de illusie van Hoogeveen
Als theologische en historische argumenten falen, is er altijd nog de vlucht in de bureaucratie. In dit derde deel probeert mr. Bügel zijn hypocrisie te verbergen met de term 'verschillend soortelijk gewicht'. Zijn stelling: progressieven mogen theologische afspraken breken, maar 'Rijnsburg' mag niet buiten de vaste vergaderstructuur om vergaderen. Vorm gaat bij hem kennelijk boven inhoud.
Hij verschuilt zich hierbij achter de juridische blik van experts (zoals prof. Zondag uit de Gereformeerde Gemeenten). Natuurlijk zal zo'n expert constateren dat iets formeel niet in de oude structuur past. Maar mr. Bügel verzwijgt een cruciaal kerkrechtelijk feit: in juni 2025 heeft de generale synode de verantwoordelijkheid zélf teruggegeven aan de plaatselijke kerken! Toen veel classes verzaakten of weigerden de besluiten te handhaven en er een onwerkbare chaos ontstond, is de opdracht lokaal neergelegd. De kerken rondom 'Rijnsburg' doen nu dus exact wat de synode van hen vroeg: als plaatselijke kerken verantwoordelijkheid nemen voor het borgen van de gezamenlijke afspraken. Dat zij een structuur zoeken waarin die gehoorzaamheid wél kan worden uitgevoerd waar het instituut faalde, is geen 'scheurmakerij'. Het is simpelweg het trouw uitvoeren van de synodale opdracht.
Maar laten we het droge kerkrecht even opzij leggen en kijken naar de geestelijke en praktische realiteit. Wat biedt de 'Hoogeveen-lijn’ van mr. Bügel ons eigenlijk voor de toekomst? Het antwoord is simpel: een eindeloze, slopende uitputtingsslag! De Hoogeveen-lijn dwingt twee theologische bloedgroepen, die in feite elkaars taal niet meer spreken, om elkaar in een wurggreep te houden.
Ik roep juist de progressieve gemeenten op om de vreedzame handreiking van ds. Egas (het A- en B-model) te omarmen. Waarom zouden jullie in een kerkverband willen blijven waar jullie door de nieuwe rechterflank (de huidige middengroep) kerkordelijk altijd als 'contractbrekers' en 'rebellen' zullen worden gezien? En waarom zouden jullie je vernieuwingsdrang willen forceren op broeders en zusters van wie het geweten daardoor in de knel komt? Het Rijnsburg-model biedt jullie precies de gewetensvrijheid die jullie zoeken. Een vreedzame scheiding van tafel en bed betekent dat jullie, zonder wrok en met behoud van gezamenlijke afspraken, jullie theologische weg kunnen vervolgen. Het A/B-model dat ‘Rijnsburg’ voor ogen staat, gunt jullie de ademruimte die ‘Hoogeveen’ jullie uiteindelijk zal ontnemen (of opnieuw in een proces van uiteengaande wegen zal storten, met alle ellende van dien).
En aan de brede, zwijgende middengroep vraag ik: geloven jullie werkelijk dat blijven in de huidige structuur rust oplevert? Als ‘Rijnsburg’ vertrekt, is de theologische buffer weg. Dan worden júllie de nieuwe frontlinie. Dan zijn júllie degenen die de komende decennia op elke synode de bittere strijd tegen verdere ethische vernieuwingen moeten voeren – of mee moeten gaan in dingen waar je op theologische gronden op tegen bent. Willen jullie die voortslepende en regelmatig oplaaiende ruzie, wrok en verdeeldheid in jullie eigen lokale kerkenraden en families halen?
Ds. Egas en ‘Rijnsburg’ kiezen niet voor scheurmakerij, zij kiezen voor geestelijke volwassenheid. Zoals Abraham en Lot besloten dat het land te klein was voor hun beide kuddes, zo stelt ‘Rijnsburg’ voor om elkaar in vrede de ruimte te geven, en de bezittingen netjes en zonder wereldlijke rechter te verdelen.
De toekomst van zowel het klassiek-gereformeerde deel als het progressieve deel is vele malen beter gewaarborgd bij de volwassen, vreedzame ontknoping die ‘Rijnsburg’ voorstelt, dan bij de kille, institutionele dwangbuis van mr. Bügel. Laten we niet kiezen voor de regels van het instituut, maar voor de vrede van de gemeente.
Reactie toevoegen