Jantje-van-Leiden

  • Geplaatst op: 2 November 2019
  • Door: Hans Bügel

Inmiddels, zo bleek mij, heeft de minister voor Rechtsbescherming de Tweede Kamer een schriftelijke reactie gegeven op mijn blog ‘foute antwoorden’. De minister vindt zelf dat er geen redenen zijn om terug te komen op antwoorden die hij eerder heeft gegeven op Kamervragen van het kamerlid Van Nispen over de pilot met LegalGuard. Wie echter de reactie op mijn blog leest, kan niet anders concluderen dat opnieuw deze minister de Kamer gewoon verkeerd informeert. Het is weliswaar een zware beschuldiging, maar daarvoor is mijns inziens voldoende zwaarwichtige grond. Het is werkelijk te hopen dat de Tweede Kamer met deze reactie op mijn blog geen genoegen neemt.

Het klopt dat de Raad voor Rechtsbijstand ex artikel 7, eerste lid, van de WRB onder meer tot taak heeft om zorg te dragen voor de organisatie van, alsmede de verlening van rechtsbijstand. Met het oog daarop kan de Raad voor Rechtsbijstand voor de uitoefening van haar taak inderdaad voorzieningen treffen. Dat is ook helemaal niet het punt in geding. Punt in geding is dat de minister ten onrechte van mening is dat de Raad voor Rechtsbijstand, op grond van de wet op Rechtsbijstand, bevoegd is om een pilot met LegalGuard te houden. De pilot maakt namelijk helemaal geen onderdeel uit van de wettelijke taak zoals de Raad voor Rechtsbijstand heeft. Zo blijkt nota bene uit het Jaarplan 2019 van de Raad voor Rechtsbijstand zelf dat de pilot met LegalGuard bedoeld is om ervaring op te doen met andere aanbieder in het stelsel; ontwikkeling/verkenning van  mogelijkheden positieve business case; data als begin benchmark; aanzet tot oplossingsroute consumentengeschillen. Het opdoen van ervaring staat ook niet in het kader van de bestaande wettelijke taak zoals staat beschreven in de wet op de Rechtsbijstand, maar maakt onderdeel uit van de door de minister beoogde stelselherziening gefinancierde rechtsbijstand waarvoor nota bene nog wetgeving in voorbereiding is. De Raad voor Rechtsbijstand schrijft in haar jaarplan ook expliciet: “Dit jaarplan is geschreven tegen de achtergrond dat de jaarplanaanschrijving van het ministerie van JenV voor 2019 aan de Raad ‘beleidsarm’ is gehouden. Belangrijkste aanleiding hiervoor is het feit dat de minister (in de komende tijd) beslissingen zal nemen over de herinrichting van het stelsel voor de verlening van gefinancierde rechtsbijstand.” De pilot met LegalGuard is een experiment in verband en met het oog op de herinrichting van het stelsel voor de verlening van gefinancierde rechtsbijstand. Bij een experiment gaat het echter om het proefondervindelijk vaststellen of een bepaald instrument of werkwijze een bijdrage kan leveren aan het oplossen van een maatschappelijk probleem. Kennisopbouw is daarbij belangrijk. Het proefondervindelijk vaststellen of een instrument bijdraagt aan het oplossen van een maatschappelijk probleem, heeft niets te maken “met het onderzoeken hoe de Raad op een andere, mogelijk meer efficiënte manier kan organiseren”, zoals de minister nu stelt.

Dit blijkt nota bene ook uit eerder door de minister beantwoorde kamervragen; op 12 juni 2019 antwoordde de minister op de vraag waarom gekozen is voor een maximum van 750 zaken voor de pilot: “Het doel van de pilot is leerervaring opdoen met een aanbieder van juridische dienstverlening – in casu een rechtsbijstandverzekeraar – die geen deel uitmaakt van het huidige stelsel van rechtsbijstand.” De minister zegt het dus zelf: een leerervaring opdoen met een partij die geen deel uitmaakt van het huidige stelsel van rechtsbijstand. Ook zegt de minister in zijn beantwoording: “Voor het nieuwe stelsel wil ik onderzoeken hoe er meer voor oplossingsrichtingen kan worden betaald in plaats van forfaitaire uren, zodat de oplossing meer centraal staat. Deze pilot doet daarmee een eerste ervaring op.” In de voortgangsbrief van de minister van 12 juli 2019 herhaalt de minister deze opvatting wanneer hij de Tweede Kamer schrijft: “Voor de vormgeving van het nieuwe stelsel is deze pilot van belang omdat deze inzicht geeft in het effect van gestandaardiseerde vormen van dienstverlening.” Dat de pilot geen uitvoering van de wettelijke taak is blijkt ook genoegzaam uit het feit dat de minister zelf aan de Tweede Kamer heeft verteld dat het experiment met LegalGuard door de Raad voor Rechtsbijstand uit haar eigen middelen zal worden betaald. Het experiment wordt dus niet uit het bestaande beschikbare budget voor toevoegingen gefinancierd. Er is in redelijkheid dan ook geen andere conclusie te trekken dan dat de pilot met LegalGuard niet bedoeld is om aan de huidige wettelijke taak vorm en inhoud te geven doch louter en alleen met het oog op de toekomstige inrichting van het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand waarbij, voordat geval,  wellicht andere wettelijke taken aan de Raad voor Rechtsbijstand kunnen worden toegekend. De minister spreekt zichzelf dus tegen en geeft verkeerde informatie aan de Tweede Kamer; daarin lijkt de minister vervolgens willens en wetens in te volharden, ondanks dat de feiten blijk geven van het tegendeel.

Het treffen van een voorziening als bedoeld in de wet op Rechtsbijstand betreft te allen tijde dus een voorziening die binnen de wettelijke kaders moet blijven. Dat blijkt ook uit de parlementaire geschiedenis. Het wettelijke kader houdt eenvoudig niet meer en anders in dan zorg te dragen voor de rechtsbijstand binnen het huidige stelsel van rechtsbijstand. Het wettelijke kader wordt dan ook onrechtmatig opgerekt daaronder ook te verstaan een experiment met een partij die nota bene geen deel uitmaakt van het stelsel en daarmee buiten het wettelijke kader valt. Nu de pilot evident niet behoort tot één van de wettelijke taken van de Raad voor Rechtsbijstand, kan dit dus ook geen voorziening zijn in de zin van de wet. Immers, de wet op de Rechtsbijstand staat alleen een voorziening toe met oog op de uitoefening van de Raad voor Rechtsbijstand haar bij wet opgedragen taken. In dit verband is onjuist dat de minister de Kamer laat weten dat de Raad voor Rechtsbijstand een voorziening heeft getroffen, waarbij LegalGuard (voor de duur van de pilot) belast is met rechtsbijstandverlening aan rechtzoekenden. Dat is namelijk helemaal niet het doel van de pilot. Het doel is, zoals reeds aangegeven, ervaring opdoen met een andere werkwijze met een partij die niet behoort tot het huidige wettelijke stelsel. Dat daarvoor aan rechtzoekenden rechtsbijstand wordt verleend door LegalGuard is een niet meer dan gevolg van het doel van het experiment. Dus het is ook niet primair gericht op rechtsbijstandverlening, maar op opdoen van ervaring.

Het argument van de minister dat de wet nergens stelt dat bij het treffen van een voorziening het zou moeten gaan om het inzetten van een nieuwe organisatie of nieuw werkproces dat door de Raad is opgezet, getuigt van onwelwillende interpretatie van mijn blog. Immers, in de blog ‘Foute antwoorden’ is nergens gezegd dat alleen sprake kan zijn van een voorziening in de zin van de wet als de Raad voor Rechtsbijstand een nieuwe organisatie of werkproces in het leven roept. Het punt is dat de voorziening wel het initiatief van de Raad voor Rechtsbijstand moet zijn én door haar moet zijn ingericht. In het onderhavige geval staat vast dat LegalGuard een zelfstandige vennootschap is die niet door de Raad voor Rechtsbijstand in het leven is geroepen. LegalGuard is gewoon een bestaande vennootschap die zich richt op het commercieel aanbieden van rechtsbijstand. Uit mededelingen van de Raad voor Rechtsbijstand zelf blijkt ook dat zij geen voorziening heeft getroffen, wat ook logisch is omdat daarvoor een wettelijke grondslag ontbreekt, doch spreekt over een samenwerking met LegalGuard.

De reactie van minister Dekker wordt nog onbegrijpelijker als hij schrijft dat niet LegalGuard de voorziening is, maar de pilot zelf. Immers, als waar is wat de minister schrijft dan kan artikel 13, lid 1, sub b, wrb ook niet van toepassing zijn. De minister ziet namelijk in zijn reactie op mijn blog eraan voorbij dat artikel 13 wrb bepaalt dat rechtsbijstand wordt verleend “aan medewerkers van een voorziening voorzover belast met de verlening van rechtsbijstand”. Dus rechtsbijstand kan alleen worden verleend door medewerkers van een voorziening. Echter, de pilot zelf heeft geen medewerkers. Nu de pilot geen werknemers heeft, is dus ook geen wettelijke grondslag voor het verlenen van rechtsbijstand door LegalGuard, zijnde een rechtspersoon zonder medewerkers. 

De werkelijkheid is dat sprake is van een experiment van de Raad voor Rechtsbijstand en LegalGuard. Zij hebben de afspraken over het experiment vastgelegd in een overeenkomst. Er is sprake van partnerschap onder het motto: voor wat hoort wat. De Raad voor Rechtsbijstand kan buiten de kaders van haar wettelijke taak ervaring opdoen met een commerciële rechtsbijstandsverzekeraar. Op haar beurt kan Legalguard inzicht krijgen in gefinancierde rechtsbijstand en toegang tot het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand. Dat is niet meer en minder dan een deal zijnde een overeenkomst. Daarop zou artikel 13, lid 1, sub 3 wrb van toepassing kunnen zijn. In zoverre experiment ziet op het verlenen van rechtsbijstand op bepaalde rechtsgebieden door een ander, betreft dit een verlenen van rechtsbijstand door LegalGuard op basis van een overeenkomst tussen deze partijen. Voor het aangaan van dergelijke overeenkomsten is vereist dat het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand daarvoor regels stelt; vaststaat dat dit niet gebeurd.

Deze minister kiest er willens en wetens voor de Tweede Kamer verkeerd te informeren. Dat lijkt mij toch een situatie die de Kamer niet ongemerkt voorbij kan laten gaan. Niet alleen omdat het aanhoudend onjuist informeren van de Kamer een doodzonde is, maar ook omdat een minister er toch niet mee weg kan komen dat hij toelaat dat er experimenten worden uitgevoerd die geen deugdelijke wettelijke basis hebben. Zeker niet nu sprake is van een majeure stelselwijziging waarvan niet vaststaat of de wijziging succesvol zal zijn en of de beoogde doelen ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Dan mag van de minister uiterste zorgvuldigheid worden verwacht in het belang van alle betrokkenen. Deze minister maakt zich er, met zijn reactie op de blog ‘foute antwoorden’, met een Jantje-van-Leiden vanaf; dat is treurig. 

 

Reactie toevoegen

Filtered HTML

  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Full HTML

  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.